De Redactie

Loopmeditatie: Buddho Vasthouden bij Elke Stap

Als mensen aan meditatie denken, denken ze aan zitten. Zitten is het hart van de beoefening, en het belangrijkste deel van de meditatie lijkt in eerste instantie daar plaats te vinden.

In eerste instantie, want het is niet het geheel. Voor verdieping in de meditatie is het ontwikkelen van sati (bewuste aandacht) van groot belang, en sati wordt enkel krachtig als het de hele dag door, ook in het dagelijks leven, aandacht krijgt.

Om het wat concreter te maken sprak de Boeddha over het ontwikkelen van sati (bewuste aandacht) in vier houdingen: staan, zitten, liggen en lopen. Loopmeditatie kent hierin een lange en geëerde plaats als gerichte oefening om sati ontwikkelen en de meditaties op het kussen aan elkaar te verbinden.

Een mooi voorbeeld, zowel specifiek voor loopmeditatie als voor het beoefenen van sati in alle houdingen, is het verhaal van de eerwaarde Mahā-Phussadeva, beschreven in de Papañcasūdanī – het commentaar van Ācariya Buddhaghosa op de Majjhima Nikāya:

“De eerbiedwaardige Mahā-Phussadeva woonde in het Alindaka-klooster, diep in het woud. Het was zijn dagelijkse routine om van zijn afgelegen boswoning naar het nabijgelegen dorp te lopen om aalmoezen op te halen. Hij nam een krachtig besluit: hij zou niet toestaan dat zijn bewustzijn gedurende de hele reis, zowel heen als terug, gescheiden raakte van zijn meditatie-object. Terwijl hij over het pad liep, hield hij zijn bewustzijn stevig verankerd. Echter, als zijn aandacht verslapte en er een afleidende gedachte opkwam – waardoor hij ook maar één enkele stap zette zonder bewuste aandacht voor het meditatie-object – stopte hij abrupt, draaide zich om en liep fysiek terug naar de exacte plek waar hij die bewuste aandacht was verloren. Daar bleef hij stilstaan, herstelde hij het meditatie-object in zijn bewustzijn, en pas daarna vervolgde hij zijn reis naar het dorp.

Natuurlijk trok dit ongebruikelijke gedrag de aandacht van de leken. Terwijl hij langs de velden liep, zagen de boeren en dorpelingen hem plotseling stoppen, zich omdraaien, een paar stappen teruglopen, stilstaan en dan weer verder lopen. Ze wezen en lachten, en zeiden tegen elkaar: ‘Kijk naar de eerbiedwaardige! Wat is hij aan het doen? Heeft hij iets laten vallen? Is hij verdwaald, of is hij de weg vergeten?’

Mahā-Phussadeva hoorde hun opmerkingen, maar schonk er geen aandacht aan. Hij was onverschillig voor hun geplaag en bleef volledig toegewijd aan zijn innerlijke werk. Hij behield zijn edele stilte en hield zijn blik naar binnen gericht, waarbij hij zijn meditatie-object koste wat kost beschermde. Hij oefende niet slechts een paar dagen of weken op deze manier. Hij handhaafde deze onvermoeibare, ononderbroken standaard van zelfcorrectie tijdens al zijn dagelijkse activiteiten – lopen, staan, eten en terugkeren naar het bos. Hij beoefende dit op compromisloze wijze en bereikte het arahant-schap in een zeer korte tijd.”

Een saillant detail is dat de tekst er vervolgens terloops bij vermeldt dat deze “zeer korte tijd” maar liefst negentien jaar besloeg.

Hoe dan ook, wat wel blijkt is dat het de moeite waard is om meer over loopmeditatie te weten.

Waarom Loopmeditatie?

Zitten is een stabiele verfijnde houding. Het lichaam is stil, de ogen zijn gesloten, er is weinig voor de zintuigen om te doen. Dat is precies waarom deze houding nodig is voor samatha-meditatie (concentratie-meditatie) op buddho. Het is gewoon niet mogelijk om dezelfde mate van samadhi (concentratie) te ontwikkelen als je zintuigen actiever zijn.

Lopen is grover. Het lichaam beweegt, de ogen zijn open, de zintuigen zijn actief. En juist daardoor heeft het zijn eigen waarde. In de kern is loopmeditatie zoals gezegd een training in sati.

Er zijn verschillende redenen om loopmeditatie te beoefenen.

Een is als het bewustzijn tijdens de meditatie erg duf of slaperig wordt, als het begint weg te zakken en scherpte verliest. Dan ben je als je blijft zitten, zeker in het begin, niet opgewassen tegen deze mentale traagheid. Het kan dan helpen om even op te staan en te lopen. Dat kan verkwikkend werken en viriya (energie) terug in de beoefening brengen. Lukt het ook met lopen niet om de dufheid te overwinnen, dan kun je beter gewoon even gaan liggen en uitrusten, liefst ook weer terwijl je buddho in je bewustzijn houdt.

Hetzelfde geldt ook als het bewustzijn juist de andere kant op gaat. Als het niet zwaar en duf is, maar zeer rusteloos, voortdurend naar buiten vliegend, zonder bij buddho te kunnen blijven. Als je, na herhaaldelijk proberen om het bewustzijn terug te brengen naar buddho, merkt dat de onrust aanhoudt, dan kan het ook hier helpen om even opstaan en te lopen. De verandering in houding en het openen van de ogen helpt dan om je uit de gedachtestroom te halen waarin je vast zit, en je weer terug te brengen naar de ruimte waar je bent. Ahba beveelt loopmeditatie specifiek in deze situatie aan. Loop een tijd, hou buddho in je bewustzijn, en ga dan weer zitten om samatha opnieuw op te pakken.

In beide bovenstaande gevallen is het bij het buddho-meditatiesysteem niet de bedoeling om er een lange loopmeditatie van te maken. Veelmeer is het iets om een paar minuten te doen en dan weer te gaan zitten en zittend verder te mediteren.

Dan nog de situatie buiten de retraite, in het gewone dagelijkse leven. Daar helpt loopmeditatie bij de continuïteit van je beoefening. Zo veel van onze dag brengen we lopend door – naar de keuken, naar het werk, van de ene kamer naar de andere. Als we de beoefening kunnen vasthouden terwijl het lichaam beweegt, begint de beoefening door te dringen in het gewone leven, en dat verdiept de beoefening op het meditatiekussen.

Er zijn veel verschillende vormen van loopmeditaitte. Het kent een lange geschiedenis in de boeddhistische beoefening, bijvoorbeeld in de Thaise Bostraditie, waar monniken soms vele uren per dag lopen. De voordelen ervan – voor de gezondheid, het uithoudingsvermogen, de spijsvertering na een maaltijd, voor een concentratie die aanhoudt – zijn welbekend en elders goed beschreven, en voor wie het volledige relaas wil lezen bieden we Ajahn Nyanadhammo’s Walking Meditation aan.

In deze tekst richten we ons slechts op één vorm van loopmeditatie: lopen met buddho.

Lopen met Buddho

Zoek een rustige plek waar je niet gestoord wordt. Binnen of buiten, beide is prima. Een pad van ongeveer vijftien tot dertig passen is voldoende; als je er nieuw in bent, houd het dan korter, want een lang pad geeft het bewustzijn meer ruimte om af te dwalen.

Een besloten plek is beter dan een open plek. Een wijd uitzicht trekt het bewustzijn naar buiten, naar het landschap, weg van het object. Een besloten pad keert het bewustzijn terug op zichzelf. Dezelfde logica stuurt onze hele beoefening: we verminderen datgene wat het bewustzijn naar buiten trekt, zodat het binnen blijft en tot rust kan komen.

Sta aan één einde van het pad. Sta rechtop en laat het lichaam tot rust komen. Rust de handen voor je, de rechter over de linker – niet gevouwen achter je rug, want dat maakt van loopmeditatie al snel een ontspannen wandeling. Laat de ogen zakken naar de grond, ongeveer anderhalve meter voor je.

Zet nu gewoon stap voor stap, en houd buddho in je bewustzijn.

Herhaal het woord – zachtjes hardop als dat in het begin helpt, en uiteindelijk stil in het bewustzijn. Je tilt je voeten op en zet ze neer; de mantra gaat door: Buddho, buddho, buddho. Je kunt de buddho vrij laten lopen, of je kunt het koppelen aan het ritme van je stappen: buddho bij elke voet die neervalt, of bud als de ene voet valt en dho als de andere volgt. Beide werken. Kies de manier die goed voelt en op dat moment het beste helpt om bij buddho te blijven.

Het bewustzijn zal afdwalen. Het zal meer afdwalen dan bij het zitten, want lopen brengt het in beweging. Dat valt te verwachten, en het is geen reden tot zorg. Wanneer je merkt dat het bewustzijn is afgedwaald, breng het dan terug naar buddho. Zachtjes, zonder ergernis. Keer op keer op keer.

Het helpt om jezelf onderweg te controleren. Aan het begin, in het midden en aan het einde, vraag je rustig: waar is mijn bewustzijn? Is het bij buddho, of is het afgedwaald? Als het is afgedwaald, breng het dan eerst terug naar buddho en loop verder. Dit voortdurende terugkeren is sati in werking, en het is de kern van de hele oefening.

In veel methoden word je gevraagd elke beweging van de voet op te merken – ‘optillen, bewegen, plaatsen’ – of de wisselende gewaarwordingen in de voetzolen te volgen terwijl ze opkomen en vergaan. Daar is niets mis mee. Het is een echte beoefening, en voor wie rechtstreeks inzicht ontwikkelt heeft het zijn plaats. Maar het is niet onze beoefening.

Het object is buddho, niet de bewegingen van de voeten. Lopen met buddho is cittānupassanā satipaṭṭhāna – bewuste aandacht gericht op het bewustzijn – een van de vier grondslagen van bewuste aandacht. Het is het bewaken van de toestand van je bewustzijn, of buddho aanwezig is of is weggevallen, en terugkeren wanneer dat het geval is. Het onderscheid is belangrijk: aandacht geven aan het lichaam tijdens het lopen – de houding, de beweging, de gewaarwordingen onder de voeten – is kāyānupassanā satipaṭṭhāna(contemplatie van het lichaam). Ahba onderwijst dat het vasthouden van buddho in het bewustzijn, cittānupassanā satipaṭṭhāna, heel goed is om te beoefenen. Dit houdt sati levend en scherp en als sati krachtig is dan kun je krachtige samadhi krijgen.

Loop op een natuurlijk tempo, vind het tempo waarbij het bewustzijn bij het object kan blijven. Je kunt het tempo wel wat aanpassen als daar noodzaak toe is. Als het bewustzijn duf en slaperig is, loop dan iets sneller en herhaal buddho iets vlugger. Als het bewustzijn rusteloos en verstrooid is, vertraag dan en herhaal de buddho langzamer.

Als je het einde van het pad bereikt, zwaai dan niet om en marcheer niet terug. Stop. Keer langzaam. Controleer of je nog bij buddhobent voor je weer begint te lopen. Het keren is deel van de beoefening, geen onderbreking ervan.

De blik vraagt bijzondere aandacht, want hier verschilt lopen het meest van zitten. Bij zitten zijn de ogen gesloten en de visuele wereld buitengesloten. Bij lopen zijn de ogen open – dat moet, om het pad te zien – en er is veel meer waarop ze kunnen landen. Het gevaar schuilt niet in het zien. Het gevaar schuilt in wat we toevoegen aan wat we zien. Het oog valt op iets, en het bewustzijn is weg, bouwt er een verhaal omheen, en buddho is vergeten. Ahba zegt: “De Boeddha leert om gewoon te zien en dan te stoppen. Om gewoon te horen en dan te stoppen. Maak geen verhalen van wat je hoort of ziet.” Houd de ogen dus laag en ontspannen. Zie het pad; doe er niets mee; keer terug naar buddho.

Zodra loopmeditatie vertrouwd is op het looppad, kan je diezelfde aandacht ook daarbuiten beoefenen. Als je naar de keuken loopt, de supermarkt of naar het koffiezetapparaat op je werk, loop dan met buddho in je bewustzijn. Uiteindelijk kun je buddho in je bewustzijnproberen te houden bij alles dat je doet, of het nou op de WC is of tijdens het koken, tijdens het lopen, staan, zitten of liggen. Zo dringt sati door in het gewone leven – niet beperkt tot de meditatie, maar als bewuste aandacht die je heel de dag mee draagt.

Een Andere Houding, Geen Andere Beoefening

Het is de moeite waard dit nogmaals te zeggen, want het is het hele punt. Loopmeditatie is geen tweede techniek om te leren. Het object is hetzelfde – buddho – maar de aard van de beoefening verschilt. Met zitten ontwikkel je samatha, het opbouwen van concentratie; met lopen train je satipaṭṭhāna, het bewaken van het bewustzijn. En omdat krachtige sati een voorwaarde is voor diepe samadhi ondersteunen ze elkaar.

Gebruik het als het zitten duf wordt en je het bewustzijn moet wekken of als het maar onrustig blijft. Gebruik het als het lichaam te lang stilgezeten heeft. Gebruik het om de beoefening mee naar het dagelijkse leven te dragen.

En doe het zoals je alles op dit pad doet: langzaam, geduldig, zonder te grijpen naar resultaten. Het bewustzijn wordt niet kalm omdat we heel veel uren lopen, maar omdat we het keer op keer, zachtjes, terugbrengen naar het object – stap na stap, dag na dag..


Wil je beginnen met mediteren of ben je op zoek naar meer verdieping?
Wij bieden persoonlijke begeleiding, volledig op donatie basis.

Gratis Meditatiecursus

Je moet zelf de inspanning leveren, de Boeddhas wijzen slechts de weg

Boeddha, Dhp 276