Ajahn Brahm

De Vijf Hindernissen (Nīvaraṇa)

Ajahn Brahmavamso

Namo tassa bhagavato arahato sammasambuddhassa

De voornaamste obstakels voor succesvolle meditatie en bevrijdend inzicht hebben de vorm van één of meer van de vijf hindernissen. De gehele beoefening die leidt naar verlichting kan goed worden uitgedrukt als de inspanning om de vijf hindernissen te overwinnen – ze eerst tijdelijk te onderdrukken om jhāna en inzicht te ervaren, en ze vervolgens permanent te overwinnen door de volledige ontwikkeling van het Edele Achtvoudige Pad.

Wat zijn deze vijf hindernissen? Het zijn:

  1. Kāmacchanda: zintuiglijk verlangen
  2. Vyāpāda: kwade wil
  3. Thīna-middha: traagheid en loomheid
  4. Uddhacca-kukkucca: rusteloosheid en wroeging
  5. Vicikicchā: twijfel

1. Zintuiglijk Verlangen

Zintuiglijk verlangen verwijst naar dat bijzondere soort van begeerte dat geluk zoekt via de vijf zintuigen van zicht, geluid, geur, smaak en lichamelijk gevoel. Het sluit uitdrukkelijk elke aspiratie naar geluk via het zesde zintuig van het bewustzijn alleen uit.

In zijn extreme vorm is zintuiglijk verlangen een obsessie om plezier te vinden in zaken als seksuele intimiteit, lekker eten of mooie muziek. Maar het omvat ook het verlangen om irriterende of zelfs pijnlijke zintuiglijke ervaringen te vervangen door aangename – d.w.z. het verlangen naar zintuiglijk comfort.

De Boeddha vergeleek zintuiglijk verlangen met het afsluiten van een lening. Elk genot dat men via deze vijf zintuigen ervaart, moet worden terugbetaald door de onaangenaamheid van scheiding, verlies of hongerige leegte die onverbiddelijk volgt wanneer het genot is opgebruikt. Zoals bij elke lening is er ook de kwestie van rente en dus, zoals De Boeddha zei, is het genot klein vergeleken met het lijden dat terugbetaald wordt.

In meditatie overstijgt men zintuiglijk verlangen voor die periode door de zorg voor dit lichaam en zijn vijf zintuiglijke activiteiten los te laten. De Boeddha zei ooit: “De vijf zintuigen ZIJN de wereld” – en om de wereld te verlaten, om te genieten van de bovenwereldse gelukzaligheid van jhāna, moet men voor een tijd ALLE zorg voor het lichaam en zijn vijf zintuigen opgeven.

Wanneer zintuiglijk verlangen is overstegen, heeft het bewustzijn van de mediteerder geen interesse meer in de belofte van genot of zelfs comfort met dit lichaam. Het lichaam verdwijnt en de vijf zintuigen schakelen allemaal uit. Het bewustzijn wordt kalm en vrij om naar binnen te kijken. Het verschil tussen de vijf zintuiglijke activiteit en het overstijgen ervan is als het verschil tussen uit een raam kijken en in een spiegel kijken.

2. Kwade Wil

Kwade wil verwijst naar het verlangen om te straffen, te kwetsen of te vernietigen. Het omvat pure haat jegens een persoon of zelfs een situatie, en het kan zoveel energie genereren dat het zowel verleidelijk als verslavend is. Op het moment zelf lijkt het altijd gerechtvaardigd, want zo groot is de kracht ervan dat het gemakkelijk ons vermogen tot eerlijk oordelen corrumpeert. Het omvat ook kwade wil jegens zichzelf, ook bekend als schuldgevoel, dat zichzelf elke mogelijkheid op geluk ontzegt.

De Boeddha vergeleek kwade wil met ziek zijn. Net zoals ziekte iemand de vrijheid en het geluk van gezondheid ontzegt, zo ontzegt kwade wil iemand de vrijheid en het geluk van vrede.

Kwade wil wordt overwonnen door mettā toe te passen: liefdevolle vriendelijkheid. Wanneer het kwade wil jegens een persoon is, leert mettā meer in die persoon te zien dan alles wat je pijn doet, te begrijpen waarom die persoon je pijn deed (vaak omdat zij zelf intens pijn leden), en moedigt het aan om de eigen pijn opzij te zetten en de ander met mededogen te bezien.

Wanneer kwade wil is overwonnen, maakt het duurzame relaties mogelijk met andere mensen, met zichzelf en, in meditatie, een duurzame, plezierige relatie met het meditatie-object – één die kan uitgroeien tot de volledige omarming van absorptie.

3. Traagheid en Dufheid

Traagheid en dufheid verwijst naar die zwaarheid van het lichaam en die doffe geest die men naar beneden trekt in verlammende inertie en diepe neerslachtigheid. De Boeddha vergeleek het met opgesloten zijn in een benauwd, donker cel, niet in staat om vrij te bewegen in de heldere zonneschijn buiten. In meditatie veroorzaakt het zwakke en intermitterende opmerkzaamheid, wat zelfs kan leiden tot in slaap vallen tijdens meditatie zonder het zelfs te beseffen!

Traagheid en dufheid worden overwonnen door energie op te wekken. Een doel stellen – een redelijk doel – is een verstandige en effectieve manier om energie te genereren, evenals het bewust ontwikkelen van interesse in de taak die voorhanden is. Als men leert naar zijn leven, of zijn meditatie, te kijken met een ‘beginners geest’, kan men steeds nieuwe hoeken en frisse mogelijkheden zien.

Het bewustzijn heeft twee hoofdfuncties: ‘doen’ en ‘weten’. De weg van meditatie is om het ‘doen’ te kalmeren tot volledige rust terwijl het ‘weten’ gehandhaafd blijft. Traagheid en dufheid treden op wanneer men onzorgvuldig zowel het ‘doen’ als het ‘weten’ kalmeert, niet in staat onderscheid tussen hen te maken.

Een bekwame mediteerder kijkt scherp uit naar de eerste tekenen van traagheid en dufheid en is zo in staat zijn nadering te herkennen en ontwijkende actie te ondernemen voordat het te laat is.

4. Rusteloosheid en Wroeging

Rusteloosheid verwijst naar een bewustzijn dat als een aap is, die altijd naar de volgende tak zwaait, nooit lang bij iets kan blijven. Het wordt veroorzaakt door de fout-zoekende toestand van het bewustzijn dat niet tevreden kan zijn met de dingen zoals ze zijn, en dus verder moet naar de belofte van iets beters, voor altijd net buiten bereik.

De Boeddha vergeleek rusteloosheid met een slaaf zijn, die voortdurend moet springen op de bevelen van een tirannieke baas die altijd perfectie eist en zo nooit iemand laat stoppen.

Rusteloosheid wordt overwonnen door tevredenheid te ontwikkelen, wat het tegenovergestelde is van fout-zoeken. Men leert de eenvoudige vreugde van tevreden zijn met weinig, in plaats van altijd meer te willen. In meditatie is rusteloosheid vaak de ongeduldigheid om snel naar het volgende stadium te gaan. De snelste vooruitgang wordt echter bereikt door degenen die tevreden zijn met het stadium waarop zij zich nu bevinden.

Wroeging verwijst naar een specifiek type rusteloosheid dat het karmische effect is van iemands wandaden. De enige manier om wroeging te overwinnen is iemands deugdzaamheid te zuiveren en vriendelijk, wijs en zachtaardig te worden.

5. Twijfel

Twijfel verwijst naar de verontrustende innerlijke vragen op een moment waarop men stilzwijgend dieper zou moeten gaan in de meditatie. Twijfel kan iemands eigen vermogen in twijfel trekken: ‘Kan ik dit?’, of de methode: ‘Is dit de juiste weg?’, of zelfs de betekenis: ‘Wat is dit?’. Zulke vragen zijn obstakels voor meditatie omdat ze op het verkeerde moment worden gesteld en zo een inbreuk worden die de helderheid vertroebelt.

De Boeddha vergeleek twijfel met verdwaald zijn in een woestijn, zonder herkenningspunten.

Zulke twijfel wordt overwonnen door duidelijke instructies te verzamelen – een goede kaart te hebben – zodat men de subtiele herkenningstekens in het onbekende terrein van diepe meditatie kan herkennen. De Boeddha stelde dat men jhāna en verlichting kan en zal bereiken als men de instructies zorgvuldig en geduldig volgt. De enige onzekerheid is ‘wanneer’!

Het einde van twijfel, in meditatie, wordt beschreven als een bewustzijn dat volledig vertrouwen heeft in de stilte, en zo niet interfereert met enige innerlijke spraak. Zoals een goede chauffeur hebben, dan zit men stilzwijgend tijdens de reis uit vertrouwen in de bestuurder.

Elk probleem dat zich voordoet in meditatie zal één van deze vijf hindernissen zijn, of een combinatie. Als men dus enige moeilijkheid ervaart, gebruik dan het schema van de vijf hindernissen als een ‘checklist’ om het hoofdprobleem te identificeren. Dan weet men het passende geneesmiddel, past men het zorgvuldig toe, en gaat men voorbij het obstakel naar diepere meditatie.

Wanneer de vijf hindernissen volledig zijn overwonnen, is er geen barrière meer tussen de mediteerder en de gelukzaligheid van jhāna. Daarom is de zekere test dat deze vijf hindernissen werkelijk zijn overwonnen, het vermogen om toegang te krijgen tot jhāna.


Bovenstaande tekst uit de nieuwsbrief van april 1999 van de Buddhist Society of Western Australia is door de redactie van buddho.org naar het Nederlands vertaald. De Engelse versie,  The Five Hindrances (Nivarana) staat op bswa.org.


Wil je beginnen met mediteren of ben je op zoek naar meer verdieping?
Wij bieden persoonlijke begeleiding, volledig op donatie basis.

Gratis Meditatiecursus

Over Ajahn Brahm

Ajahn Brahm (Brahmavamso Mahathera) (7 augustus 1951) is de huidige abt van het Bodhinyana Klooster en de spiritueel directeur van de Buddhist Society of Western Australia. Hij werd op 23-jarige leeftijd tot monnik gewijd en bracht de daaropvolgende negen jaar door met het bestuderen en beoefenen van de bos-meditatietraditie onder de eerwaarde Ajahn Chah. In 1983 werd hem gevraagd te helpen bij de oprichting van een boskloosster nabij Perth, West-Australië.

Terwijl hij nog in zijn jaren als jonge monnik was, werd hem gevraagd om een Engelstalige gids over de boeddhistische kloosterregels - de Vinaya - samen te stellen, die later de basis vormde voor de kloosterdiscipline in veel Theravada-kloosters in westerse landen.

Je moet zelf de inspanning leveren, de Boeddhas wijzen slechts de weg

Boeddha, Dhp 276