Het bewustzijn tot rust brengen betekent de juiste balans vinden. Als je je bewustzijn te veel probeert te forceren gaat het te ver; als je niet genoeg probeert komt het er niet, hij mist het punt van balans.
Normaal is het bewustzijn niet stil, maar voortdurend in beweging. We moeten het bewustzijn versterken. Het bewustzijn sterk maken en het lichaam sterk maken zijn niet hetzelfde. Om het lichaam sterk te maken moeten we het trainen, het uitdagen om het sterk te maken, maar het bewustzijn sterk maken betekent dat we het vredig moeten maken, niet dat we aan ditjes en datjes moeten denken. Voor de meesten van ons is het bewustzijn nooit vredig geweest, het heeft nooit de energie van samādhiiigehad, dus moeten we het binnen een grens plaatsen. We zitten in meditatie en blijven bij ‘degene die weet’.
Als we onze adem te lang of te kort maken, zijn we niet in balans en wordt het bewustzijn niet vredig. Het is net als wanneer we voor het eerst een trapnaaimachine gebruiken. In het begin oefenen we alleen het trappen van de machine om onze coördinatie goed te krijgen, voordat we daadwerkelijk iets naaien. Het volgen van de adem is vergelijkbaar. We maken ons niet druk over hoe lang of kort, zwak of sterk hij is, we merken hem gewoon op. We laten he er gewoon zijn en volgen de natuurlijke ademhaling.
Wanneer die in balans is, nemen we de ademhaling als meditatieobject. Als we inademen, is het begin van de ademhaling bij het puntje van de neus, het midden van de ademhaling bij de borst en het einde van de ademhaling bij de buik. Dit is het pad van de adem. Als we uitademen, is het begin van de ademhaling bij de buik, het midden bij de borst en het einde bij het puntje van de neus. Neem eenvoudigweg nota van dit pad van de adem bij de neus, de borst en de buik, dan bij de buik, de borst en het puntje van de neus. We nemen nota van deze drie punten om het bewustzijn stevig te maken, om mentale activiteit te beperken zodat bewuste aandacht en zelfbewustzijn gemakkelijk kunnen ontstaan.
Als onze aandacht zich op deze drie punten vestigt, kunnen we ze loslaten en de in- en uitademing opmerken, waarbij we ons alleen concentreren op het puntje van de neus of de bovenlip, waar de lucht in- en uitgaat. We hoeven de ademhaling niet te volgen, we hoeven alleen maar bewuste aandacht voor ons te vestigen bij het puntje van de neus en de ademhaling op dit ene punt op te merken − binnenkomen, naar buiten gaan, binnenkomen, naar buiten gaan.
Het is niet nodig om aan iets speciaals te denken, concentreer je gewoon op deze eenvoudige taak voor nu, met voortdurende tegenwoordigheid van geest. Je hoeft niets meer te doen, alleen maar in- en uitademen.
Al snel wordt het bewustzijn vredig, de adem verfijnd. Het bewustzijn en het lichaam worden licht. Dit is de juiste staat voor het werk van meditatie.
Als je in meditatie zit, wordt het bewustzijn verfijnd, maar in welke staat het ook is, we moeten proberen ons ervan bewust te zijn, het te kennen. Mentale activiteit is er samen met rust. Er is vitakka. Vitakka is de actie om het bewustzijn naar het thema van contemplatie te brengen. Als er niet veel opmerkzaamheid is, zal er niet veel vitakka zijn. Dan volgt vicāra, de contemplatie rond dat thema. Er kunnen van tijd tot tijd verschillende zwakke mentale indrukken opkomen, maar ons zelfbewustzijn is het belangrijkste − wat er ook gebeurt, we weten het voortdurend. Naarmate we dieper gaan, zijn we ons voortdurend bewust van de staat van onze meditatie en weten we of het bewustzijn al dan niet stevig gevestigd is. Op die manier zijn zowel concentratie als bewustzijn aanwezig.
Een vredig bewustzijn hebben betekent niet dat er niets gebeurt, er ontstaan mentale indrukken. Als we het bijvoorbeeld hebben over het eerste niveau van absorptie, zeggen we dat het vijf factoren heeft. Samen met vitakka en vicāra ontstaat pīti (verrukking) met als thema contemplatie en dan sukha (geluk). Deze vier dingen liggen allemaal samen in het bewustzijn dat in rust gevestigd is. Ze zijn als één staat.
De vijfde factor is ekaggatā of éénpuntigheid. Je vraagt je misschien af hoe er sprake kan zijn van éénpuntigheid als al die andere factoren er ook zijn. Dit is omdat ze allemaal verenigd worden op dat fundament van kalmte. Samen worden ze een staat van samādhi genoemd. Het zijn geen alledaagse bewustzijnstoestanden, het zijn factoren van absorptie. Er zijn deze vijf karakteristieken, maar ze verstoren de basisrust niet. Er is vitakka, maar het verstoort het bewustzijn niet; vicāra, verrukking en geluk ontstaan, maar verstoren het bewustzijn niet. Het bewustzijn is daarom één met deze factoren. Het eerste niveau van absorptie is zo.
We hoeven het niet eerste jhāna, tweede jhāna, derde jhānaiii enzovoort te noemen, laten we het gewoon ‘een vredig bewustzijn’ noemen. Naarmate het bewustzijn steeds kalmer wordt, zal het zich ontdoen van vitakka en vicāra, waardoor alleen verrukking en geluk overblijven. Waarom doet het bewustzijn afstand van vitakka en vicāra? Dit komt doordat, naarmate het bewustzijn verfijnder wordt, de activiteiten van vitakka en vicāra te grof zijn om te blijven. In dit stadium, als het bewustzijn vitakka en vicāra achter zich laat, kunnen gevoelens van grote verrukking opkomen, tranen kunnen eruit vloeien. Maar naarmate de samādhi zich verdiept, wordt ook verrukking afgelegd en blijven alleen geluk en éénpuntigheid over, totdat uiteindelijk zelfs het geluk verdwijnt en het bewustzijn zijn grootste verfijning bereikt. Er zijn alleen nog gelijkmoedigheid en éénpuntigheid, al het andere is achtergelaten. Het bewustzijn blijft onbeweeglijk.
Als het bewustzijn eenmaal vredig is, kan dit gebeuren. Je hoeft er niet veel over na te denken, het gebeurt gewoon vanzelf als de oorzakelijke factoren rijp zijn. Dit wordt de energie van een vredig bewustzijn genoemd. In deze staat is het bewustzijn niet slaperig; de vijf hindernissen, zintuiglijk verlangen, afkeer, rusteloosheid, dufheid en twijfel, zijn allemaal gevlucht.
Maar als de mentale energie nog steeds niet sterk is en de opmerkzaamheid zwak, zullen er af en toe indringende mentale indrukken opduiken. Het bewustzijn is vredig, maar het is alsof er een ‘vertroebeling’ is in de kalmte. Het is echter geen normale soort slaperigheid, sommige indrukken zullen zich manifesteren − misschien horen we een geluid of zien we een hond of zoiets. Het is niet echt duidelijk, maar het is ook geen droom. Dit komt omdat deze vijf factoren uit balans en zwak zijn geraakt.
Het bewustzijn heeft de neiging om trucjes uit te halen binnen deze niveaus van rust. ‘Beelden’ kunnen soms ontstaan wanneer het bewustzijn zich in deze staat bevindt, via een van de zintuigen, en de mediteerder kan niet precies zeggen wat er gebeurt. “Slaap ik? Nee. Is het een droom? Nee, het is geen droom…” Deze indrukken komen voort uit een middelmatig soort kalmte; maar als het bewustzijn echt kalm en helder is, twijfelen we niet aan de verschillende mentale indrukken of beelden die opkomen. Vragen als: “Dreef ik toen weg? Sliep ik? Ben ik verdwaald? …” komen niet op, want dat zijn kenmerken van het bewustzijn dat nog twijfelt. “Slaap ik of ben ik wakker?”… Hier is het bewustzijn wazig. Dit is het bewustzijn dat verdwaalt in zijn stemmingen. Het is als de maan die achter een wolk verdwijnt. Je kunt de maan nog steeds zien, maar de wolken die hem bedekken maken hem wazig. Het is niet zoals de maan die helder, scherp en helder achter de wolken vandaan komt.
Wanneer het bewustzijn vredig is en stevig gevestigd in bewuste aandacht en zelfbewustzijn, zal er geen twijfel bestaan over de verschillende verschijnselen die we tegenkomen. Het bewustzijn zal werkelijk voorbij de hindernissen zijn. We zullen alles wat in het bewustzijn opkomt duidelijk kennen zoals het is. We twijfelen niet omdat het bewustzijn helder en stalend is. Zo is het bewustzijn dat samādhi bereikt.
Sommige mensen vinden het moeilijk om samādhi binnen te gaan omdat ze niet de juiste neigingen hebben. Er is samādhi, maar het is niet sterk of stevig. Men kan echter vrede bereiken door wijsheid te gebruiken, door na te denken en de waarheid van de dingen te zien, door problemen op die manier op te lossen. Dit is wijsheid gebruiken in plaats van de kracht van samādhi. Om rust te bereiken in de beoefening is het niet nodig om bijvoorbeeld in meditatie te zitten. Vraag jezelf gewoon af, ”Eh, wat is dat?… ” en los ter plekke je probleem op! Een persoon met wijsheid is zo. Misschien kan hij niet echt hoge niveaus van samādhi bereiken, hoewel er wel wat moet zijn, net genoeg om wijsheid te cultiveren. Het is als het verschil tussen het verbouwen van rijst en het verbouwen van maïs. Men kan voor zijn levensonderhoud meer afhankelijk zijn van rijst dan van maïs. Onze praktijk kan net zo zijn, we zijn meer afhankelijk van wijsheid om problemen op te lossen. Wanneer we de waarheid zien, ontstaat er vrede.
De twee manieren zijn niet hetzelfde. Sommige mensen hebben inzicht en zijn sterk in wijsheid, maar hebben niet veel samādhi. Als ze in meditatie zitten zijn ze niet erg vredig. Ze hebben de neiging veel na te denken, dit en dat te overwegen, totdat ze uiteindelijk geluk en lijden overwegen en de waarheid ervan inzien. Sommigen neigen hier meer naar dan naar samādhi. Of je nu staat, loopt, zit of ligt, verlichting van de Dhamma kan plaatsvinden. Door te zien, door op te geven, bereiken ze vrede. Ze bereiken vrede door de waarheid te kennen, door voorbij de twijfel te gaan, omdat ze het zelf gezien hebben.
Andere mensen hebben maar weinig wijsheid, maar hun samādhi is heel sterk. Ze kunnen snel heel diepe samādhi binnengaan, maar omdat ze niet veel wijsheid hebben, kunnen ze hun bezoedelingen niet vangen, ze kennen ze niet. Ze kunnen hun problemen niet oplossen.
Maar welke benadering we ook gebruiken, we moeten af van verkeerd denken, zodat alleen de juiste visie overblijft. We moeten ons ontdoen van verwarring, zodat er alleen vrede overblijft.
In beide gevallen komen we op dezelfde plaats uit. Er zijn deze twee kanten aan de beoefening, maar deze twee dingen, kalmte en inzicht, gaan samen. We kunnen geen van beide wegdoen. Ze moeten samengaan.
Dat wat de verschillende factoren die in meditatie opkomen ‘overziet’ is sati, opmerkzaamheid. Deze sati is een toestand die, door oefening, andere factoren kan helpen ontstaan. Sati is leven. Wanneer we geen sati hebben, wanneer we achteloos zijn, is het alsof we dood zijn. Als we geen sati hebben, dan hebben onze woorden en daden geen betekenis. Sati is eenvoudigweg herinnering. Het is een oorzaak voor het ontstaan van zelfbewustzijn en wijsheid. Welke deugden we ook gecultiveerd hebben, ze zijn onvolmaakt als we geen sati hebben. Sati is datgene wat over ons waakt terwijl we staan, lopen, zitten en liggen. Zelfs wanneer we niet langer in samādhi zijn, moet sati altijd aanwezig zijn.
Wat we ook doen, we moeten voorzichtig zijn. Een gevoel van schaamteiv zal opkomen. We zullen ons schamen voor de dingen die we doen die niet juist zijn. Wanneer schaamte toeneemt, zal onze onverstoorbaarheid ook toenemen. Wanneer onverstoorbaarheid toeneemt, zal achteloosheid verdwijnen. Zelfs als we niet in meditatie zitten, zullen deze factoren aanwezig zijn in het bewustzijn.
En dit ontstaat door het cultiveren van sati. Ontwikkel sati! Dit is de kwaliteit die het werk dat we in het heden doen overziet. Het heeft echte waarde. We zouden onszelf te allen tijde moeten kennen. Als we onszelf op deze manier kennen, zal goed zich van kwaad onderscheiden, zal het pad duidelijk worden en zal de oorzaak van alle schaamte oplossen. Wijsheid zal ontstaan.
We kunnen de beoefening samenbrengen als moraliteit, concentratie en wijsheid. Verzameld zijn, beheerst zijn, dat is moraliteit. Het stevig vestigen van het bewustzijn binnen die beheersing is concentratie. Volledige, alomvattende kennis binnen de activiteit waarin we verwikkeld zijn, is wijsheid. De beoefening in het kort is gewoon moraliteit, concentratie en wijsheid, of met andere woorden, het pad. Er is geen andere weg.
Voetnoten
i Een informele toespraak in noordoostelijk dialect, afkomstig van een niet-geïdentificeerde tape.
ii Samādhi is de staat van geconcentreerde kalmte die het resultaat is van meditatiebeoefening.
iii Jhāna is een gevorderde staat van concentratie of samādhi, waarin het bewustzijn opgaat in het meditatieonderwerp. Het is verdeeld in vier niveaus, waarbij elk niveau geleidelijk verfijnder wordt dan het vorige.
iv Dit is schaamte gebaseerd op kennis van oorzaak en gevolg, in plaats van emotionele schuld.
Bovenstaande tekst is door de redactie van buddho.org naar het Nederlands vertaald. De Engelse versie, On Meditation staat op ajahnchah.org.
Wil je beginnen met mediteren of ben je op zoek naar meer verdieping?
Wij bieden persoonlijke begeleiding, volledig op donatie basis.
Je moet zelf de inspanning leveren, de Boeddhas wijzen slechts de weg
Boeddha, Dhp 276
