Ajahn Chah

Een Dhamma Geschenk

Een Dhamma Geschenk

Een toespraak gehouden voor een groep westerse monniken, novicen en leken-discipelen in het Bung Wai Forest klooster in Ubon op 10 oktober 1977. Deze toespraak werd aangeboden aan de ouders van een van de monniken ter gelegenheid van hun bezoek uit Frankrijk

Ik ben blij dat u deze gelegenheid hebt aangegrepen om Wat Pah Pong te komen bezoeken, en om uw zoon te zien die hier monnik is, maar het spijt me dat ik u geen geschenk kan aanbieden. Frankrijk heeft al zoveel materiële zaken, maar van Dhamma is er maar weinig. Ik ben er geweest en heb zelf gezien dat er niet echt een Dhamma is die tot vrede en rust zou kunnen leiden. Er zijn alleen dingen die iemands bewustzijn voortdurend verward en onrustig maken.

Frankrijk is al materieel welvarend, het heeft zoveel dingen te bieden die zintuiglijk verleidelijk zijn – bezienswaardigheden, geluiden, geuren, smaken en texturen. Maar mensen die onwetend zijn van de Dhamma raken er alleen maar door in verwarring. Daarom bied ik u vandaag wat Dhamma aan om mee terug te nemen naar Frankrijk als geschenk van Wat Pah Pong en Wat Pah Nanachat.

Wat is Dhamma? Dhamma is datgene wat de problemen en moeilijkheden van de mensheid kan doorsnijden en ze geleidelijk tot niets reduceert. Dat is wat we Dhamma noemen en dat is wat we moeten bestuderen in ons dagelijks leven, zodat wanneer er een mentale indruk in ons opkomt, we in staat zullen zijn ermee om te gaan en er voorbij te gaan.

Problemen kennen we allemaal, of we nu hier in Thailand wonen of in andere landen. Als we niet weten hoe we ze moeten oplossen, zullen we altijd lijden en verdriet hebben. Dat wat problemen oplost is wijsheid en om wijsheid te hebben moeten we het bewustzijn ontwikkelen en trainen.

Het onderwerp van oefening is helemaal niet ver weg, het is hier in ons lichaam en ons bewustzijn. Westerlingen en Thais zijn hetzelfde, ze hebben allebei een lichaam en bewustzijn. Een verward lichaam en bewustzijn betekent een verward persoon en een vredig lichaam en bewustzijn, een vredig persoon.

Eigenlijk is het bewustzijn, net als regenwater, puur in zijn natuurlijke staat. Als we echter groene kleurstof in helder regenwater zouden laten vallen, zou het groen worden. Bij gele kleurstof zou het geel worden.

Het bewustzijn reageert op dezelfde manier. Wanneer een aangename mentale indruk in het bewustzijn ‘valt’, is het bewustzijn comfortabel. Wanneer de mentale indruk ongemakkelijk is, is het bewustzijn ongemakkelijk. Het bewustzijn wordt ’troebel’ net als het gekleurde water.

Als helder water in contact komt met geel, wordt het geel. Als het in contact komt met groen, wordt het groen. Het verandert telkens van kleur. Eigenlijk is dat water dat groen of geel is, van nature schoon en helder. Dit is ook de natuurlijke staat van het bewustzijn, schoon en zuiver en niet verward. Het raakt alleen verward omdat het mentale indrukken najaagt; het verdwaalt in zijn stemmingen!

Ik zal het duidelijker uitleggen. Op dit moment zitten we in een vredig bos. Hier, als er geen wind is, blijft een blad stil liggen. Als er een wind waait, wappert en fladdert het. Het bewustzijn is vergelijkbaar met dat blad. Wanneer het in contact komt met een mentale indruk, ‘wappert en fladdert’ het ook, overeenkomstig de aard van die mentale indruk. En hoe minder we weten van de Dhamma, hoe meer het bewustzijn voortdurend mentale indrukken zal najagen. Als het zich gelukkig voelt, bezwijkt het voor geluk. Met een gevoel van lijden bezwijkt het aan lijden. Het is constante verwarring!

Uiteindelijk worden mensen neurotisch. Waarom? Omdat ze het niet weten! Ze volgen gewoon hun stemmingen en weten niet hoe ze voor hun eigen bewustzijn moeten zorgen. Als het bewustzijn niemand heeft die voor hem zorgt, is het als een kind zonder moeder of vader die voor hem zorgt. Een wees heeft geen toevluchtsoord en zonder toevluchtsoord is hij erg onzeker.

Evenzo, als er niet voor het bewustzijn wordt gezorgd, als er geen training of rijping van inborst is met juist begrip, is het echt lastig.

De methode om het bewustzijn te trainen die ik u vandaag zal geven is kammaṭṭhāna. ‘Kamma’ betekent ‘actie’ en ’thāna’ betekent ‘basis’. In het boeddhisme is het de methode om het bewustzijn vredig en rustig te maken. Het is bedoeld om het bewustzijn te trainen en met het getrainde bewustzijn het lichaam te onderzoeken.

Ons wezen bestaat uit twee delen: het ene is het lichaam, het andere het bewustzijn. Er zijn alleen deze twee delen. Wat ‘het lichaam’ wordt genoemd, is dat wat met onze fysieke ogen kan worden gezien. Het bewustzijn daarentegen heeft geen fysiek aspect. Het bewustzijn kan alleen gezien worden met het ‘innerlijk oog’ of het ‘oog van het bewustzijn’. Deze twee dingen, lichaam en bewustzijn, verkeren in een constante staat van beroering.

Wat is het bewustzijn? Het bewustzijn is niet echt een ‘ding’. Normaal gesproken is het dat wat voelt of waarneemt. Dat wat alle mentale indrukken voelt, ontvangt en ervaart, wordt ‘bewustzijn’ genoemd. Op dit moment is er bewustzijn. Terwijl ik tot u spreek, erkent het bewustzijn wat ik zeg. Geluiden komen binnen via het oor en je weet wat er gezegd wordt. Dat wat dit ervaart, wordt ‘bewustzijn’ genoemd.

Dit bewustzijn heeft geen zelf of substantie. Het heeft geen vorm. Het ervaart alleen mentale activiteiten, dat is alles! Als we dit bewustzijn leren de juiste visie te hebben, zal dit bewustzijn geen problemen hebben. Het zal op zijn gemak zijn.

Het bewustzijn is het bewustzijn. Mentale objecten zijn mentale objecten. Mentale objecten zijn niet het bewustzijn, het bewustzijn is niet de mentale objecten. Om ons bewustzijn en de mentale objecten in ons bewustzijn duidelijk te begrijpen, zeggen we dat het bewustzijn datgene is wat de mentale objecten ontvangt die erin opduiken.

Wanneer deze twee dingen, bewustzijn en zijn object, met elkaar in contact komen, ontstaan er gevoelens. Sommige zijn goed, andere slecht, sommige koud, sommige warm, alle soorten! Zonder wijsheid om met deze gevoelens om te gaan, zal het bewustzijn echter onrustig zijn.

Meditatie is de manier om het bewustzijn te ontwikkelen, zodat het een basis wordt voor het ontstaan van wijsheid. Hier is de adem een fysieke basis. We noemen het ānāpānasati of ‘bewuste aandacht van de ademhaling’. Hier maken we de ademhaling tot ons mentale object. We nemen dit object van meditatie omdat het het eenvoudigst is en omdat het sinds de oudheid het hart van de meditatie is.

Wanneer zich een goede gelegenheid voordoet om aan zitmeditatie te doen, ga dan in kleermakerszit zitten: rechterbeen bovenop het linkerbeen, rechterhand bovenop de linkerhand. Houd uw rug recht en rechtop. Zeg tegen jezelf: ‘Nu laat ik al mijn lasten en zorgen los’. Je wilt niets dat je zorgen baart. Laat voorlopig alle zorgen los.

Richt nu je aandacht op de ademhaling. Adem dan in en uit. Maak bij het ontwikkelen van het bewustzijn van de ademhaling de adem niet opzettelijk lang of kort. Maak hem ook niet sterk of zwak. Laat hem gewoon normaal en natuurlijk stromen. Bewuste aandacht en zelfbewustzijn, voortkomend uit het bewustzijn, zullen de in- en uitademing kennen.

Wees op je gemak. Denk nergens aan. Je hoeft niet aan dit of dat te denken. Het enige wat je hoeft te doen is je aandacht richten op het in- en uitademen. Je hoeft niets anders te doen dan dat! Houd je aandacht gericht op de in- en uitademing zoals die plaatsvindt. Wees je bewust van het begin, het midden en het einde van elke ademhaling. Bij de inademing is het begin van de adem bij het puntje van de neus, het midden bij het hart, en het einde in de buik. Bij de uitademing is het precies andersom: het begin van de adem is in de buik, het midden bij het hart, en het einde bij het puntje van de neus. Ontwikkel het bewustzijn van de ademhaling: 1, bij de neuspunt; 2, bij het hart; 3, in de buik. Dan omgekeerd: 1, in de buik; 2, bij het hart; en 3, bij de neuspunt.

De aandacht richten op deze drie punten zal alle zorgen wegnemen. Denk gewoon aan niets anders! Houd je aandacht bij de ademhaling. Misschien komen er andere gedachten het bewustzijn binnen. Het zal andere thema’s in beslag nemen en je afleiden. Wees niet bezorgd. Richt je aandacht weer op de ademhaling. Het bewustzijn kan verstrikt raken in het beoordelen en onderzoeken van je stemmingen, maar blijf oefenen en wees je voortdurend bewust van het begin, het midden en het einde van elke ademhaling.

Uiteindelijk zal het bewustzijn zich voortdurend bewust zijn van de adem op deze drie punten. Wanneer je deze oefening enige tijd doet, zullen bewustzijn en lichaam gewend raken aan het werk. De vermoeidheid zal verdwijnen. Het lichaam zal lichter aanvoelen en de adem zal steeds verfijnder worden. Bewuste aandacht en zelfbewustzijn zullen het bewustzijn beschermen en erover waken.

We oefenen zo tot het bewustzijn vredig en kalm is, tot het één is. Eén betekent dat het bewustzijn volledig opgaat in de ademhaling, dat het zich niet losmaakt van de ademhaling. Het bewustzijn zal niet verward en rustig zijn. Het kent het begin, het midden en het einde van de ademhaling en blijft er gestaag op gefixeerd.

Als het bewustzijn dan rustig is, richten we onze aandacht alleen op de in- en uitademing bij het puntje van de neus. We hoeven hem niet op en neer te volgen naar de buik en terug. Concentreer je gewoon op het puntje van de neus waar de adem inkomt en uitgaat.

Dit wordt ‘kalmeren van het bewustzijn’ genoemd, waardoor het ontspannen en vredig wordt. Wanneer rust ontstaat, stopt het bewustzijn; het stopt met zijn enige object, de adem. Dit is wat bekend staat als het bewustzijn vredig maken zodat wijsheid kan ontstaan.

Dit is het begin, het fundament van onze beoefening. Probeer dit elke dag te beoefenen, waar je ook bent. Of je nu thuis bent, in de auto, liggend of zittend, je moet je aandachtig bewust zijn en het bewustzijn voortdurend in de gaten houden.

Dit wordt mentale training genoemd, die in alle vier de houdingen moet worden beoefend. Niet alleen zittend, maar ook staand, lopend en liggend. Het punt is dat we moeten weten wat de toestand van het bewustzijn op elk moment is, en om dit te kunnen doen, moeten we voortdurend aandachtig en bewust zijn. Is het bewustzijn gelukkig of lijdt het? Is het verward? Is het vredig? Door het bewustzijn op deze manier te leren kennen kan het rustig worden, en wanneer het rustig wordt, zal wijsheid ontstaan.

Met dat rustige bewustzijn onderzoek je het meditatieonderwerp, het lichaam, van de top van het hoofd tot de voetzolen, en dan terug naar het hoofd. Doe dit keer op keer. Kijk en zie het haar van het hoofd, het haar van het lichaam, de nagels, de tanden en de huid. In deze meditatie zullen we zien dat dit hele lichaam is samengesteld uit vier ‘elementen’: aarde, water, vuur en wind.

De harde en vaste delen van ons lichaam vormen het aarde-element; de vloeibare en stromende delen, het water-element. De wind die ons lichaam op en neer beweegt vormt het element wind, en de warmte in ons lichaam het element vuur.

Samen vormen zij wat wij een ‘mens’ noemen. Wanneer het lichaam echter in zijn onderdelen wordt opgesplitst, blijven alleen deze vier elementen over. De Boeddha onderwees dat er geen ‘wezen’ op zich is, geen mens, geen Thai, geen westerling, geen persoon, maar dat er uiteindelijk alleen deze vier elementen zijn – dat is alles! Wij nemen aan dat er een persoon of een ‘wezen’ is, maar in werkelijkheid is er niets van dien aard.

Of ze nu apart worden genomen als aarde, water, vuur en wind, of samen worden genomen als wat ze vormen als een ‘mens’, ze zijn allemaal vergankelijk, onderhevig aan lijden en niet-zelf. Ze zijn allemaal instabiel, onzeker en in een staat van voortdurende verandering – geen moment stabiel!

Ons lichaam is instabiel en verandert voortdurend. Haar verandert, nagels veranderen, tanden veranderen, huid verandert – alles verandert, volledig!

Ook ons bewustzijn verandert altijd. Het is geen zelf of substantie. Het is niet echt ‘wij’, niet echt ‘zij’ , hoewel het dat misschien wel denkt. Misschien denkt het eraan zichzelf te doden. Misschien denkt het aan geluk of aan lijden – van alles en nog wat! Het is instabiel. Als we geen wijsheid hebben en dit bewustzijn van ons geloven, zal het voortdurend tegen ons liegen. En zullen we afwisselend lijden en gelukkig zijn.

Dit bewustzijn is onzeker. Dit lichaam is onzeker. Samen zijn ze vergankelijk. Samen zijn ze een bron van lijden. Samen zijn ze verstoken van het zelf. Deze, zei de Boeddha, zijn noch een wezen, noch een persoon, noch een zelf, noch een ziel, noch wij, noch zij. Het zijn slechts elementen: aarde, water, vuur en wind. Alleen elementen!

Wanneer het bewustzijn dit ziet, zal het zich ontdoen van de gehechtheid die stelt dat ‘ik’ mooi ben, ‘ik’ goed ben, ‘ik’ slecht ben, ‘ik’ lijd, ‘ik’ heb, ‘ik’ dit of ‘ik’ dat. Je zult een staat van eenheid ervaren, want je zult hebben gezien dat de hele mensheid in wezen hetzelfde is. Er is geen ‘ik’. Er zijn alleen elementen.

Wanneer je overweegt en vergankelijkheid, lijden en niet-zelf ziet, zul je je niet langer vastklampen aan een zelf, een wezen, ik of hij of zij. Het bewustzijn dat dit ziet zal aanleiding geven tot nibbidā, ontgoocheling en onpasselijkheid. Het zal alle dingen zien als slechts vergankelijk, lijdend en niet-zelf.

Het bewustzijn stopt dan. Het bewustzijn is Dhamma. Hebzucht, haat en begoocheling zullen dan afnemen en beetje bij beetje verdwijnen totdat er uiteindelijk alleen nog bewustzijn is – alleen het zuivere bewustzijn. Dit wordt ‘meditatie beoefenen’ genoemd.

Zo vraag ik jullie om dit geschenk van Dhamma te ontvangen dat ik jullie aanbied om te bestuderen en te overwegen in jullie dagelijks leven. Accepteer alstublieft dit Dhamma-onderricht van Wat Pah Pong en Wat Pah Nanachat als een erfenis die aan u wordt doorgegeven. Alle monniken hier, inclusief uw zoon, en alle leraren, maken u een offerande van deze Dhamma om mee terug te nemen naar Frankrijk. Het zal je de weg wijzen naar gemoedsrust, het zal je bewustzijn kalm en onbewogen maken. Je lichaam kan in beroering zijn, maar je bewustzijn niet. De mensen in de wereld kunnen verward zijn, maar jij niet. Ook al is er verwarring in uw land, u zult niet verward zijn omdat het bewustzijn gezien zal hebben, het bewustzijn is Dhamma. Dit is het juiste pad, de juiste weg.

Moge je je dit onderricht in de toekomst herinneren.

Moge het je goed gaan en dat je gelukkig mag zijn.


Bovenstaande tekst is door de redactie van buddho.org naar het Nederlands vertaald. De Engelse versie, A Gift of Dhamma staat op ajahnchah.org.


Wil je beginnen met mediteren of ben je op zoek naar meer verdieping?
Wij bieden persoonlijke begeleiding, volledig op donatie basis.

Gratis Meditatiecursus

Over Ajahn Chah

De Eerwaarde Ajahn Chah Subhaddo (17 juni 1918 – 16 januari 1992), was een invloedrijke meditatieleraar binnen het boeddhisme en de oprichter van twee grote kloosters in de Thaise bostraditie.

Hij werd gerespecteerd en was geliefd in zijn eigen land als een man met grote wijsheid, en was instrumenteel in het vestigen van het Theravāda-boeddhisme in het Westen. Beginnend in 1979 met het oprichten van Cittaviveka (beter bekent als Chithurst Buddhist Monastery) in Groot Brittannië, heeft de Thaise bostraditie van Ajahn Chah zich door heel Europa, de VS en het Britse Gemeengoed verspreid.

De ‘Dhamma-talks’ van Ajahn Chah zijn opgenomen en vertaald in verschillende talen. Hij stond bekend om zijn simpele en heldere presentatie van de Dhamma, die zowel de lokale dorpelingen als de hoogste sociale klasse in Bangkok inspireerde. 

Hij stond ook bekend als de meester met de meeste westerse monnik-discipelen, waarvoor hij een apart klooster (Wat Pah Nanachat) opende vlakbij zijn eigen klooster Wat Nong Pah Pong. Meer dan een miljoen mensen, waaronder de Thaise Koninklijke familie, kwamen op de begrafenis van Ajahn Chah in 1992. Hij heeft een erfenis aan ‘Dhamma-talks’, leerlingen en kloosters nagelaten.

Je moet zelf de inspanning leveren, de Boeddhas wijzen slechts de weg

Boeddha, Dhp 276